Nieuwe instellingswet Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Nieuwe instellingswet Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

Op 1 juli j.l. is de nieuwe Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015 in werking getreden.

De meest in het oog springende wijzigingen zijn een strikte scheiding tussen advies en rechtspraak, de mogelijkheid van cassatie in belang der wet en de explicitering van de toetsingsgronden in beklag- en beroepszaken met de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden. Verder is in de nieuwe instellingswet een wettelijke regeling opgenomen voor wraking van leden van de beroepscommissie of de voorzitters in schorsingszaken en een wettelijke verankering voor de al bestaande regeling voor klachten.


De RSJ heeft zowel een adviserende als een rechtsprekende taak. De wetgever heeft gekozen voor een strikte scheiding, waardoor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de RSJ inzichtelijker wordt gemaakt en juridisch is gewaarborgd. De scheiding van taken sluit aan bij de huidige politiek-maatschappelijke opvattingen over de combinatie van taken. De discussie hierover is met name ontstaan na enkele uitspraken van het EHRM over de combinatie van taken bij de Raad van State. Onder de nieuwe instellingswet kunnen de leden worden benoemd voor de Afdeling advisering of de Afdeling rechtspraak. Daarmee wordt uitgesloten dat door dezelfde persoon in een rechtsgeding over de ‘same case’ wordt geoordeeld als eerder in de advisering over de regelgeving aan de orde is geweest. Voorlopig geldt voor de zittende leden een overgangsregeling.