Verlof levenslang gestrafte

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Verlof levenslang gestrafte

De beroepscommissie van de RSJ heeft de levenslang gestrafte Loi Wah C. [1]die klaagde over de vorm van het aan hem verleende verlof in het ongelijk gesteld. De beroepscommissie had de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie opgedragen in het detentieplan van C. als onderdeel van de resocialisatie-activiteiten in het kader van een gratieverzoek verlof op te nemen. De Staatssecretaris bepaalde dat tweemaal per jaar op klagers verzoek aan klager incidenteel verlof kan worden verleend, onder voorwaarde dat het verlof niet langer dan acht uur per dag duurt en altijd onder bewaking van minimaal twee personen zal plaatsvinden.
Tegen deze beslissing is klager in beroep gegaan. De beroepscommissie merkt die beslissing niet als onredelijk of onbillijk aan. De frequentie van tweemaal per jaar (een verzoek tot) incidenteel verlof voor de duur van acht uur is niet op voorhand onredelijk of onbillijk. Dat geldt ook voor het onderdeel dat het verlof altijd onder bewaking dient plaatsvinden, gelet op de bijzondere omstandigheid dat klager levenslang is gestraft en ongewenst verklaard is. Hierbij merkt de beroepscommissie op dat een concrete toetsing pas plaats kan vinden indien sprake is van een (afwijzende) beslissing op een verzoek om verlof. Daarvan is nu geen sprake: C. is inmiddels op verlof geweest. Bij deze toetsing kan het verloop van een eerder verlof dan wel van eerdere verloven worden betrokken. De beroepscommissie gaat er overigens vanuit dat waar sprake is van een dynamisch proces het detentieplan tussentijds kan worden bijgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

[1] Zie ook het antwoord op Kamervragen van 15 juni 2015, Vergaderjaar 2014-2015, aanhangselnummer 2542