Gedetineerden mogen op de luchtplaats roken

De beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft bepaald dat het rookbeleid in de penitentiaire inrichting Ter Apel in strijd is met wet- en regelgeving van hogere orde.

Aanleiding voor de uitspraak is een klacht gericht tegen het rookbeleid dat sinds november 2017 geldt in de p.i. Ter Apel. Meer specifiek houdt dit nieuwe beleid in dat het voor het inrichtingspersoneel en gedetineerden niet meer is toegestaan op de luchtplaats te roken. De beklagrechter oordeelde dat dit nieuwe rookbeleid niet in strijd is met hogere wet- en of regelgeving.

De beroepscommissie kan zich niet verenigen met dit oordeel. Op grond van het bepaalde in artikel 2, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet worden gedetineerden aan geen andere beperkingen onderworpen dan die welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn. De beperking die het totale rookverbod voor de luchtplaats de gedetineerden oplegt, kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot de in dit artikel vermelde beperkingen worden gerekend, nu buiten de inrichting op grond van het bepaalde in het Tabaks- en rookwarenbesluit in de open lucht geen algeheel rookverbod hoeft te worden ingesteld.

Het rookverbod dat inhoudt dat niet meer op de luchtplaats gerookt mag worden, is dan ook in strijd met wet- en regelgeving van hogere orde. Klager is daarom ontvankelijk in zijn klacht en deze klacht is gegrond. Het beleid wordt – voor zover daarover is geklaagd – vernietigd.