Dwangbehandeling binnen de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Dwangbehandeling binnen de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming adviseert dwangbehandeling niet in alle justitiële inrichtingen en alleen onder strikte voorwaarden toe te passen.

Het advies gaat in op het voorstel tot wijziging van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de Penitentiaire beginselenwet om dwangbehandeling in de justitiële inrichtingen wettelijk mogelijk te maken. De Raad onderschrijft de invoering van een regeling voor dwangbehandeling voor deze inrichtingen voor zover die overeenkomt met de wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). Het equivalentie- of gelijkwaardigheidsbeginsel is hierbij leidend voor de Raad. Dit betekent dat personen met een psychiatrische stoornis of andere aandoening terwijl ze een straf of maatregel in een justitiële inrichting ondergaan, zorg moeten ontvangen die gelijkwaardig is aan de zorg buiten die inrichting. Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden kan dit betekenen dat ook dwangbehandeling op een justitiabele wordt toegepast.

Hoewel het wetsvoorstel aansluiting zoekt met de Bopz-regeling voor dwangbehandeling wijkt het op belangrijke punten af. Dit betreft onder meer de randvoorwaarden voor dwangbehandeling, zoals diagnostiek, het opstellen van behandelplannen, voldoende deskundig personeel en professionele behandeling. De meeste justitiële inrichtingen kunnen hieraan (nog) niet voldoen. De Raad beveelt aan deze voorwaarden in de regeling op te nemen. In het verlengde hiervan acht de Raad (dwang)behandeling alleen uitvoerbaar in (één of meer) inrichtingen die aan de genoemde voorwaarden voldoen en daartoe specifiek worden aangewezen. Ingeval dwangbehandeling een langdurig karakter gaat krijgen, dient zo spoedig mogelijk overplaatsing naar een daartoe geëigende ggz-instelling te worden gerealiseerd.

De Raad wijst het toepassen van dwangbehandeling in de justitiële jeugdinrichtingen op dit moment af, omdat hiervoor nog stringentere voorwaarden gelden, welke niet binnen afzienbare tijd gerealiseerd kunnen worden. Uitgangspunt zou moeten zijn dat indien dwangbehandeling van een jeugdige noodzakelijk is, hij of zij in een ggz-instelling wordt geplaatst. Voorts meent de Raad dat het vaststellen van een psychiatrische stoornis die gevaar veroorzaakt en een dwangbehandeling rechtvaardigt - evenals onder de wet Bopz- gebaseerd behoort te zijn op een rechterlijk oordeel. Tenslotte beveelt de Raad aan de praktijk van dwangbehandeling, die binnenkort binnen de justitiële inrichtingen gaat ontstaan, te inventariseren en te evalueren. Dit moet onder andere inzicht geven in hoeverre dwangbehandeling uiteindelijk leidt tot vrijwillige behandeling.