Zorg voor jongeren met psychische stoornissen in de justitiële jeugdinrichtingen

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Zorg voor jongeren met psychische stoornissen in de justitiële jeugdinrichtingen

De zorg voor jongeren met psychische stoornissen in de j.j.i.’s kan beter. Er moet meer aandacht komen voor het vroegtijdig signaleren en diagnosticeren van stoornissen. Er dienen dependances van jeugdinrichtingen in de regio te komen.

Driekwart van de jongeren in de j.j.i.’s kampt met ernstige gedragsstoornissen. Dat is tien keer meer dan jongeren in Nederland in het algemeen. Jongeren in de j.j.i.’s komen ook veel vaker uit bevolkingsgroepen met een andere etnisch-culturele achtergrond dan op grond van de verdeling in de algemene populatie verwacht zou kunnen worden.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ondersteunt in dit advies de verbetervoorstellen die de Dienst Justitiële Inrichtingen momenteel doorvoert en komt met aanvullende voorstellen.

De Raad meent dat er in de geestelijke gezondheidszorg allereerst meer aandacht moet komen voor het vroegtijdig signaleren, diagnosticeren en behandelen. Dat voorkomt dat een gedeelte van jongeren met psychische stoornissen uiteindelijk in j.j.i.’s terechtkomt. De Raad staat achter het uitgangspunt van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind dat jongeren die delicten plegen minder in j.j.i.’s moeten worden geplaatst, en vaker een ambulante sanctie moeten krijgen, bijvoorbeeld een gedragsbeïnvloedende maatregel.

De Raad is van mening dat de reactie op het delict dat de jongere heeft gepleegd, nog beter dan nu gebeurt, moet worden afgestemd op de ernst van zijn stoornis en op het risico/gevaar dat hij oplevert voor de maatschappij. Dat betekent volgens de Raad dat alleen jongeren die gevaarlijk zijn in een j.j.i. worden geplaatst. Jongeren met lichte stoornissen die niet of nauwelijks gevaarlijk zijn, kunnen ambulant worden begeleid. Het is niet noodzakelijk hen op te sluiten in een j.j.i. Jongeren die bijvoorbeeld ernstige stoornissen hebben, maar die niet gevaarlijk zijn, zouden in een forensisch psychiatrische polikliniek kunnen worden opgenomen en behandeld of daar een (intensieve) dagbehandeling kunnen ondergaan.

De Raad houdt in dit advies een sterk pleidooi voor opvang van jongeren in j.j.i.’s in de regio waar zij vandaan komen. Dat betekent in de praktijk de ontwikkeling van regionale (dependances van) j.j.i.’s. Regionale opvang is van fundamenteel belang voor het betrekken van ouders/verzorgers bij de behandeling, voor een goede nazorg en voor een nauwe samenwerking met de jeugd-GGz en andere instellingen voor jeugdzorg. De Raad geeft in zijn advies een aantal concrete verbetervoorstellen voor de j.j.i.’s op het gebied van behandeling, drugs- en alcoholbeleid, crisisopvang en het gebruik van dwangmiddelen in de j.j.i.’s. Tenslotte noemt de Raad een aantal voorwaarden die naar zijn oordeel moeten worden gesteld aan de organisatie, het personeel en de gebouwen van de j.j.i.’s.
Nadere informatie kan worden opgevraagd bij: drs. A.J. van Bommel (070 - 36 19 300)