Aanspraak op vervroegde plaatsing in tbs-inrichting

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Aanspraak op vervroegde plaatsing in tbs-inrichting

De beroepscommissie uit de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft op 20 oktober 2010 in twee beroepszaken uitspraak gedaan over vervroegde plaatsing van veroordeelden tot een vrijheidsstraf in een tbs-inrichting op grond van de zogenaamde Fokkensregeling. De beroepscommissie heeft het beroep in deze twee zaken gegrond verklaard en de beslissingen van de Staatssecretaris van Justitie respectievelijk de Minister van Justitie vernietigd.

Volgens de Fokkensregeling kunnen tot gevangenisstraf veroordeelden aan wie door de strafrechter tevens tbs is opgelegd, in beginsel nadat eenderde van de gevangenisstraf ten uitvoer is gelegd, worden geplaatst in een tbs-inrichting. Zodoende kan eerder worden begonnen met de behandeling van de geestelijke stoornis met het oog waarop tbs is opgelegd. De gevangenisstraf loopt in dat geval door naast de tbs.

De Minister heeft op 24 juli 2010 besloten deze Fokkensregeling in te trekken. De intrekking geldt vanaf 4 augustus 2010. Vooruitlopend daarop is door de Staatssecretaris van Justitie besloten met ingang van 10 november 2009 geen uitvoering meer te geven aan de Fokkensregeling.

De beroepscommissie meent dat in deze twee aan haar voorgelegde zaken beide betrokkenen op grond van de vóór 4 augustus 2010 geldende wettelijke regeling aanspraak hadden op vervroegde plaatsing in een tbs-inrichting vanaf de eenderde datum (in de ene zaak op 8 september 2009 en in de andere zaak 22 juni 2010). In beide zaken is daaraan geen uitvoering gegeven op grond van uitsluitend de opschorting van de Fokkensregeling zonder dat daarvoor een wettelijke basis was. Dit wordt als onrechtmatig beoordeeld. De afschaffing van de Fokkensregeling met ingang van 4 augustus 2010 kan er niet toe leiden dat deze onrechtmatigheid met terugwerkende kracht wordt opgeheven en dat de aanspraak op vervroegde plaatsing in een tbs-inrichting, die rechtens bestond, is komen te vervallen.

Deze uitspraken hebben tot gevolg dat de betrokkenen, die nu in penitentiaire inrichtingen verblijven, volgens de beroepscommissie alsnog vervroegd in een tbs-inrichting dienen te worden geplaatst, waardoor naast de gevangenisstraf de tbs aanvangt en de tbs-behandeling kan starten.
Volgens de verlofregeling van het ministerie van Justitie voor ter beschikking gestelden zal in dat geval aan de betrokkenen geen verlof worden verleend vóórdat tweederde van de gevangenisstraf is uitgezeten (v.i.-datum). In de ene zaak ligt deze datum op 8 juli 2012 en in de andere zaak op 18 februari 2017.

Voor inlichtingen over de uitspraken kunt u zich wenden tot mr. E.W. Bevaart van het secretariaat van de RSJ, telefoon: 070-361 93 00