Zorg voor ingesloten licht verstandelijk beperkte jongeren

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Zorg voor ingesloten licht verstandelijk beperkte jongeren

De Raad vraagt aandacht voor ingesloten licht verstandelijk beperkte jongeren (1*). Een substantieel deel van de jongeren in gesloten jeugdzorginstellingen en justitiële jeugdinrichtingen krijgt niet de aandacht en behandeling die nodig is om verdere gedragsproblemen en (herhaling van) criminaliteit te voorkomen. In een op eigen initiatief uitgebracht advies formuleert de Raad aanbevelingen voor de staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie.

In een op eigen initiatief uitgebracht advies aan de staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie belicht de Raad de aanpak van deze categorie jongeren die, civiel- of strafrechtelijk, in een gesloten instelling zijn geplaatst. De Raad constateert op grond van diverse bronnen dat de aard van de problematiek van deze categorie jongeren ernstig is en dat er sprake is van oververtegenwoordiging van deze jongeren in het justitiële systeem, met name bij degenen met de zwaarste strafrechtelijke (pij-) maatregel en bij veelplegers. Deze jongeren hebben minder cognitieve mogelijkheden (met name op het gebied van strategisch denken, informatieverwerking en impulscontrole) en zij hebben in vergelijking met normaal begaafde jongeren vaker te maken met psychische stoornissen, emotionele en gedragsproblemen, risico’s van middelengebruik en gebrek aan steun vanuit thuis.

De Raad stelt diverse knelpunten in de praktijk vast bij de aanpak van deze categorie jongeren, mede gelet op de noodzakelijke voorbereiding op een verantwoorde terugkeer in de maatschappij. Zo ontbreken in Nederland bijvoorbeeld goede (snelle) screeningsinstrumenten om te signaleren of er mogelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking, en zijn er weinig gespecialiseerde plaatsen beschikbaar. Omdat licht verstandelijk beperkte jongeren vaak niet als zodanig worden herkend, krijgen zij niet de benodigde aandacht en behandeling.

Een adequate benadering van deze groep jongeren kan (herhaling van) ernstige gedragsproblemen of criminaliteit voorkomen, wat niet alleen in het belang is van de jongere maar van de samenleving als geheel. De Raad beveelt aan vroegtijdig te signaleren of sprake is van een licht verstandelijke beperking en de aanpak daarop af te stemmen met veel gelegenheid tot oefenen en herhalen. In verband met de beperking in het leervermogen is ook de continuïteit in de aanpak voor deze jongeren van groot belang. De Raad dringt daarom aan op meer samenhang in de pedagogische benadering van deze categorie jongeren tussen de civiel- en strafrechtelijke instellingen. Tevens wijst de Raad op de mogelijk negatieve effecten van voorgenomen kabinetsmaatregelen op dit terrein, zoals de herziening van het jeugdzorgstelsel en de daarbij voorziene overheveling van taken naar gemeenten, en de voorgenomen beperking van het (IQ-) criterium voor recht op AWBZ-zorg.

Noot 1
Het advies heeft betrekking op jongeren die met een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten jeugdzorginstelling terecht zijn gekomen en jongeren die in een justitiële jeugdinrichting zijn geplaatst. Onder licht verstandelijk beperkte jongeren rekent de Raad in dit advies jongeren met een IQ tussen 50 en 70 of tussen 70 en 85 met een verminderd sociaal aanpassingsvermogen. De Raad sluit met deze (brede) definitie aan op de tot dusverre in Nederland gangbare praktijk.

Contactpersoon voor de pers: mevr. drs. P.L.M. Steinmann, Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, 070- 3619338

Het advies “Zorg voor ingesloten licht verstandelijk beperkte jongeren” is te verkrijgen bij het secretariaat van de Raad, 070 – 3619300, of www.rsj.nl