Eigen bijdrage verblijf gedetineerden werkt contraproductief

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Eigen bijdrage verblijf gedetineerden werkt contraproductief

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) is tegen de eigen bijdrage voor gedetineerden voor verblijf in een justitiële inrichting. Dat blijkt uit het advies dat de Raad hierover heeft uitgebracht aan staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie. De staatssecretaris wil dat (ouders van) gedetineerden in de toekomst gedurende maximaal twee jaar een dagvergoeding van 16 euro betalen voor hun verblijf. De staatssecretaris verwacht met dit wetsvoorstel, in combinatie met een ander voorstel waarbij gedetineerden meebetalen aan de kosten voor het strafproces, een opbrengst van 60 miljoen euro per jaar te realiseren. Volgens de Raad werkt een eigen bijdrage voor verblijf contraproductief. De Raad adviseert daarom het wetsvoorstel Eigen bijdrage verblijf niet bij de Tweede Kamer in te dienen.

Een gedetineerde verdient ongeveer 15 euro per week wanneer hij het maximale aantal uren werkt. De voorgestelde eigen bijdrage bedraagt 112 euro per week. Een gedetineerde kan zijn eigen bijdrage dus niet verdienen. Dat betekent dat de doorgaans slechte financiële positie van een gedetineerde verder achteruit gaat. Driekwart van de gedetineerden heeft nu al een schuld van meer dan 1.000 euro. Uit onderzoek van het WODC blijkt dat er een relatie bestaat tussen de kans op recidive en het hebben van schulden. De Raad concludeert dat de eigen bijdrage resocialisatie belemmert en recidive in de hand werkt. Meer recidive betekent meer maatschappelijke onveiligheid en kosten voor de samenleving.

De Raad wijst ook op de European Prison Rules van de Raad van Europa waarin is opgenomen dat gevangenschap een straf op zichzelf is. De tenuitvoerlegging van de straf mag de ingeslotene niet verder in zijn doen en laten beperken dan de detentiesituatie nodig maakt. Dit beginsel is ook opgenomen in de Nederlandse wet. De Raad vindt de eigen bijdrage voor verblijf strijdig met dit beginsel omdat vaak sprake zal zijn van het opbouwen of vergroten van schulden. In de praktijk is dit dus een bijkomende straf (nl. een geldboete van max. 11.680 euro), die jaren kan doorlopen nadat aan de vrijheidsstraf zelf een einde is gekomen.

Daarnaast bevreemdt het de Raad dat bij het huidige wetsvoorstel een zgn. impactanalyse ontbreekt waarin (financiële) haalbaarheid en gevolgen van het wetsvoorstel staan beschreven. Dit is merkwaardig omdat in 2008 toenmalig staatssecretaris van Justitie de Tweede Kamer liet weten dat een eigen bijdrage voor gedetineerden geen haalbare kaart is vanwege het criminogene effect en de hoge uitvoeringskosten. Zij deelde mee dat de inningskosten per zaak 1.570 euro bedragen. Dat betekent dat bij een verwacht aantal van 29.000 zaken per jaar de kosten voor de overheid ten minste 45 miljoen euro bedragen. Hoge uitvoeringskosten gecombineerd met een grote kans op recidive maakt de verwachte opbrengt van 60 miljoen euro twijfelachtig.

In het buitenland bestaat geen vergelijkbare eigenbijdrageregeling voor verblijf van gedetineerden. In Duitsland maakt de wet het mogelijk om kosten voor verblijf in een inrichting in rekening te brengen, maar uitsluitend bij voldoende draagkracht. In de praktijk wordt hier nauwelijks gebruik van gemaakt omdat de regeling resocialisatie in de weg staat. Denemarken hanteerde in het verleden wel een eigenbijdrageregeling maar deze is in 1994 ingetrokken om dezelfde reden.

Eind jaren negentig is expliciet overwogen om een gedetineerde tijdens detentie óf een eigen bijdrage te laten betalen óf geen uitkering te verstrekken. Destijds is gekozen voor het stoppen van de uitkering omdat een eigenbijdrageregeling duurder en gecompliceerder was dan het niet uitbetalen van een uitkering. Nu wordt in het wetsvoorstel gekozen voor een stapeling van de twee maatregelen, echter zonder inhoudelijke argumentatie, zonder berekeningen en voorbijgaand aan de eerder verwachte negatieve effecten en hoge uitvoeringskosten.

Contactpersonen voor de pers: Maarten Uri: 06-204 408 70

Voor meer informatie:
Mevrouw drs. P. Steinmann 070 361 93 38
Mevrouw mr.drs. M. Kuijs 070 361 93 54