Levenslange gevangenisstraf nog steeds strijdig met internationale regels, ondanks wijzigingsvoorstellen staatssecretaris Dijkhoff

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Levenslange gevangenisstraf nog steeds strijdig met internationale regels, ondanks wijzigingsvoorstellen staatssecretaris Dijkhoff

De Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) laat zich kritisch uit over het voorstel van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om de uitvoering van de levenslange gevangenisstraf te wijzigen. De Afdeling advisering concludeert dat de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in Nederland ook na implementatie van de voorgenomen beleidswijzigingen niet aan de eisen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) voldoet.

Vanwege de strijdigheid met Europese regels hebben rechters in ons land de levenslange gevangenisstraf verscheidene malen niet willen opleggen. Staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie wil echter dat de levenslange gevangenisstraf in de toekomst opgelegd kan blijven worden. Om dit te bereiken heeft hij enkele beleidswijzigingen voorgesteld. Bij elke levenslanggestrafte wordt na 25 jaar een toetsing uitgevoerd. Deze toetsing geeft enerzijds een beeld van de persoonlijkheids­ontwikkeling van de levenslanggestrafte. Daarnaast bevat de toetsing een risicoanalyse van het toekomstig gewelddadig gedrag. Op basis daarvan adviseert een nieuw te vormen adviescollege aan de staatssecretaris of de betreffende levenslanggestrafte in aanmerking komt voor activiteiten die op re-integratie in de maatschappij zijn gericht. Daarbij worden de belangen van nabestaanden van slachtoffers meegewogen.

Europese regels

De Afdeling advisering concludeert dat ook de wijzigingsvoorstellen van de staatssecretaris niet voldoen aan de eisen van het Europese Hof. Het Europese Hof stelt namelijk dat er bij levenslange gevangenisstraf een toetsmoment moet zijn waarop de straf opnieuw wordt beoordeeld. Deze beoordeling wordt uitgevoerd met het oog op een mogelijke terugkeer van de levenslanggestrafte in de samenleving. Vanwege deze herzienings­mogelijkheid moet de tenuitvoerlegging zo worden ingericht dat de levenslanggestrafte zich kan voorbereiden op zijn mogelijke vrijlating.

De toets die het Europese Hof bedoelt, gaat dus om de vraag of het zinnig is de opgelegde straf voort te zetten, gezien tegen de achtergrond van de ontwikkelingen die de gedetineerde heeft doorgemaakt (denk aan psychische gezondheid, risico op herhaling, gevoelens van oprechte spijt). De toets die de staatssecretaris beoogt, gaat over de vraag óf een levenslanggestrafte een begin mag maken met re-integratieactiviteiten. Dat is een wezenlijk verschil, aldus de Afdeling advisering van de RSJ.

Verder moeten re-integratieactiviteiten volgens het Europese Hof vanaf het begin van de straf plaats vinden. De staatssecretaris daarentegen wil tot het moment van toetsing, na 25 jaar, geen re-integratie-activiteiten aanbieden.

Met de voorgestelde beleidswijzigingen zal de staatssecretaris er naar het oordeel van de Afdeling advisering van de RSJ niet in slagen zijn eigen doelstellingen, het handhaven van de levenslange gevangenisstraf in het sanctiestelsel, te realiseren.

De Afdeling advisering van de RSJ beveelt de staatssecretaris aan om de tenuitvoer­legging van de levenslange gevangenisstraf in Nederland zo spoedig mogelijk in overeenstemming te brengen met de eisen die het Europese Hof voor de Rechten van de Mens hieraan stelt.

Contactpersoon voor de pers:

De heer M. Kruissink - 06 52 87 21 58