Met welke adviesonderwerpen gaat de RSJ in 2025 op verzoek van de bewindspersonen aan de slag?
Dat staat in het adviesprogramma 2025.
De RSJ adviseert op verzoek van de bewindspersonen van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 2025 adviseert de RSJ onder meer over voorlopige hechtenis, de door- en uitstroom van jongvolwassenen na een PIJ-maatregel en middelengebruik in de forensische zorg.
Daarnaast adviseert de RSJ de bewindspersonen op eigen initiatief. De adviesonderwerpen waarmee de RSJ in 2025 op eigen initiatief aan de slag gaat, worden begin 2025 gepubliceerd in een meerjarenprogramma voor de periode 2025-2028. In elk geval wordt daarin het onderwerp ‘de positie van vrouwen en meisjes binnen de strafrechtstoepassing’ opgenomen. Dit adviestraject is opgestart in 2024, maar loopt door in 2025.
Het adviesprogramma 2025 is flexibel. Als actuele vraagstukken en maatschappelijke ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, dan kunnen hieraan op verzoek nieuwe onderwerpen worden toegevoegd. Adviestrajecten die gestart zijn, vindt u op deze pagina.
Hieronder vindt u de adviezen terug die in het Adviesprogramma vermeld staan.
Advies Voorlopig gehechten
Sinds het najaar van 2023 is bij DJI sprake van een oplopend capaciteitstekort. Door een personeelstekort moest capaciteit buiten gebruik worden gesteld, terwijl de bezetting opliep..Om de nood te verlichten zijn acute maatregelen (zelfmeldersstop, arrestantenmaatregel en eerder heenzenden) getroffen, zoals gemeld in de Kamerbrieven van 30 november 2023 en 15 maart 2024.
Daarnaast zijn er aanvullende tijdelijke maatregelen getroffen, zoals het capaciteitsverlof met elektronisch toezicht, het verder verruimen van criteria voor de Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) en het verhogen van de doorstroming naar forensische zorg. Er zijn echter ook andere maatregelen denkbaar die getroffen zouden kunnen worden om voor verlichting van de capaciteit te zorgen. Denkrichtingen hiervoor zijn in de brief van 13 augustus 2024 aan de Kamer meegegeven. Ook zou gekeken kunnen worden naar de voorlopig gehechten: een groot deel van de capaciteit van DJI wordt voor deze doelgroep gebruikt. Zij zijn echter nog niet door een rechter veroordeeld en houden met hun verblijf binnen detentie plekken bezet van personen die al wel door een rechter zijn veroordeeld en hun straf niet kunnen uitzitten.
In dit advies zal de RSJ ingaan op hoe groot het aandeel van voorlopig gehechten nu is op de capaciteit van DJI en of er kenmerken zijn die opvallen aan deze doelgroep. Er wordt bezien hoe er in het buitenland wordt omgegaan met deze groep gedetineerden en of daar welllicht alternatieven te vinden zijn die in Nederland toepasbaar zijn. En als er toepasbare alternatieven zijn, wat er dan voor nodig is om die in Nederland te realiseren. Betreft dit enkel een aanpassing van wet- en regelgeving of is daar meer voor nodig?
Benutten mogelijkheden Elektronische Monitoring
In de maatschappij is sprake van een toenemende bezorgdheid over het aantal korte detenties en de negatieve gevolgen hiervan. Korte detenties zijn minder effectief in termen van recidivereductie, omdat er weinig gelegenheid is aan re-integratie te werken en ze leiden tot meer detentieschade. Eerder is door de RSJ gepleit voor het verminderen van korte vrijheidsstraffen en het vaker inzetten van alternatieven.
In dit advies zal de RSJ bezien welke mogelijkheden er zijn om Elektronische Monitoring (EM) bij justitiabelen toe te passen. Het gaat hierbij zowel om de voorkant van het strafproces (denk aan schorsing van de voorlopige hechtenis) als de tenuitvoerlegging van straffen. Nagegaan wordt voor welke doelgroepen EM geschikt is, en hoe dit het beste kan worden gecombineerd met begeleiding, dagbesteding en zorg. Dit met het oog op een optimale re-integratie en rekening houdend met de veiligheid van de maatschappij en de belangen van slachtoffers.
Buitenstrafrechtelijke afdoeningen voor jeugdigen
Recent hebben in Nederland twee belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden op het gebied van buitenstrafrechtelijke afdoeningen. De lijst met strafbare feiten waarvoor een Halt-afdoening kan worden gegeven is met ingang van 1 juli 2024 uitgebreid. Per dezelfde datum is de uniforme werkwijze voor de politiereprimande ingevoerd.
Ook in publicaties van het VN-Kinderrechtencomité is een voorkeur voor buitenstrafrechtelijke afdoeningen zichtbaar.
Het ministerie van JenV heeft de RSJ gevraagd te adviseren over het onderwerp ‘Buitenstrafrechtelijke afdoeningen voor jeugdigen’. In dit advies brengt de RSJ de verschillende rechten en belangen in kaart die zijn verbonden aan de inzet van buitenstrafrechtelijke afdoeningen in het jeugdstrafproces. Het gaat om rechten en/of belangen van verschillende betrokken actoren: de jeugdige, het slachtoffer, de samenleving en de strafrechtketen.
De RSJ gaat na in hoeverre rechten en belangen met elkaar conflicteren en hoe met dilemma’s kan worden omgegaan. Op basis van de bevindingen zal de RSJ ingaan op de vraag of er aanleiding bestaat het huidige aanbod buitenstrafrechtelijke modaliteiten aan te passen en/of aan te vullen.
Kindvriendelijke juridische procedures bij scheiding
In veel gevallen verlopen scheidingen van ouders met kinderen zonder problemen. Er blijft echter altijd een groep ouders die er niet samen uitkomen bij een scheiding. Deze ouders eindigen in de rechtbank en dit brengt in de meeste gevallen schadelijke gevolgen met zich mee voor de kinderen die onderdeel zijn van dit proces.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid beziet daarom wat nodig en mogelijk is om juridische scheidingsprocedures zo kindvriendelijk en de-escalerend mogelijk te doorlopen.
Met oog op dit doel is de projectgroep ‘kindvriendelijke scheidingsprocedures’ in het leven geroepen, met daarin partners uit het werkveld. De projectgroep werkt toe naar een rapport over de manieren waarop juridische scheidingsprocedures nog kindvriendelijker ingericht kunnen worden. In 2025 wordt vanuit de projectgroep een rapport opgeleverd.
De RSJ wordt gevraagd om, met inachtneming van dit rapport, vanuit zijn expertise op het terrein van de rechten en de belangen van kinderen, te adviseren. Het advies van de RSJ zal gebruikt worden om het rapport van de projectgroep verder aan te scherpen.
Door- en uitstroom van jongvolwassenen na een PIJ‑maatregel
Al enkele jaren worstelen de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) met de dooren uitstroom van jeugdigen met een PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen). Het betreft een kleine groep jeugdigen, met vaak een ingewikkelde combinatie van problematiek, waaronder: psychiatrische
problemen en agressie, al dan niet samengaand met een licht verstandelijke beperking.
Maar bijvoorbeeld ook jeugdigen met een blijvend hoog recidiverisico. Deze jeugdigen hebben vaak een combinatie van zorg en beveiliging nodig. Het is voor de JJI’s lastig om een vervolgplek in de reguliere geestelijke gezondheidszorg of binnen het sociaal domein te inden, met als gevolg dat een jeugdige soms langer in een JJI moet verblijven. Het gaat om ‘jeugdigen’ in de zin van de Jeugdwet, maar zij zijn vrijwel altijd meerderjarig op het moment dat een vervolgplek gevonden moet worden. Als deze jongvolwassenen niet de zorg en begeleiding krijgen die zij nodig hebben, kan dit leiden tot risico’s voor hun ontwikkeling en de veiligheid van de samenleving.
In dit advies zal de RSJ onder andere ingaan op de knelpunten die bestaan ten aanzien van de resocialisatie, re-integratie en door- en uitstroom van jongvolwassenen met een PIJ-maatregel. Daarnaast wordt gekeken naar de toepasselijke wettelijke kaders en de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien, en de ketensamenwerking. Op basis hiervan zal de RSJ mogelijke oplossingsrichtingen formuleren.
Middelengebruik in de forensische zorg
Aan middelengebruik gebonden stoornissen komen voor in de forensische zorg. Stoornissen in middelengebruik gaan doorgaans gepaard met perioden van terugval van de patiënt. Een knelpunt bij de (verslavings)behandeling in een strafrechtelijk kader is dat overtredingen van gestelde voorwaarden (zoals middelengebruik) niet zonder consequenties zijn.
Hierbij valt te denken aan het intrekken van verkregen vrijheden (verlof) of (terug)plaatsing naar een hoger beveiligingsniveau. Dit, terwijl we vanuit behandeloogpunt weten dat terugval onderdeel is van de weg naar herstel. De behandeldoelen en veiligheidsmaatregelen staan daarmee op gespannen voet met elkaar.
In dit advies zal de RSJ ingaan op de vraag hoe meer balans kan worden gebracht in het kader van de rechtspositie van de justitiabele, rekening houdend met zowel een goed verloop van de resocialisatie als de veiligheid van de samenleving en een veilig klimaat binnen de instellingen.